Bij kinderen is bij de verwijzing niet direct vast te stellen wat het probleem precies is. Dit komt door de belangrijke relatie tussen het functioneren van het gehoor, de spraak- en taalontwikkeling en de algehele ontwikkeling (gehoor, spraaktaal en algehele ontwikkeling hangen nauw samen). Bij kinderen is de multi-disciplinaire aanpak dan ook een vereiste.
Binnen het Audiologisch Centrum zien wij een toenemend aantal kinderen waarbij de vraagstelling gericht is op uitvoerige diagnostiek naar spraak- en taalproblemen, al dan niet verweven met gedragsproblemen, sociaal-emotionele problemen of een ontwikkelingsachterstand.
Op basis van de verwijzing wordt bepaald welke onderzoeken bij het eerste bezoek aan het Audiologisch Centrum nodig zijn. Hier hoort altijd een gehooronderzoek bij. Hierna wordt bekeken of en welke aanvullende diagnostiek nodig is. Als blijkt dat belangrijke informatie bij de verwijzing ontbreekt, bijvoorbeeld een verslag van de behandelend logopedist, een rapport van de Onderwijs Begeleidings Dienst of het RIAGG, wordt deze eerst in overleg met de ouders opgevraagd. Zo kunnen we doublures in het onderzoek voorkomen. Indien nodig wordt overleg gepleegd met de verwijzer.
Bij kinderen jonger dan 1½ jaar wordt voorafgaand aan het audiologisch onderzoek een telefonisch contact gelegd huisbezoek gebracht door de maatschappelijk werkende. Zij krijgt reeds een indruk van het functioneren van het kind en de ouders kunnen kennismaken met de werkwijze van het Audiologisch Centrum. Bij kinderen met een uitgebreide vraagstelling of kinderen die reeds bekend zijn bij een andere instantie, voeren we een intakegesprek op het Audiologisch Centrum. Dit vindt aansluitend aan het eerste gehooronderzoek plaats. Tijdens het gesprek wordt duidelijk op welk gebied het probleem ligt en hoe het vervolgtraject gaat lopen.
Diagnostiek bij kinderen onderverdeeld in 3 groepen
Bij de diagnostiek kan men drie groepen onderscheiden. • Voor kinderen met geleidingsverliezen is de kno-arts de aangewezen persoon om te bekijken of behandeling mogelijk en/of nodig is. Na twee tot drie maanden wordt het gehooronderzoek herhaald. De spraak- en taalontwikkeling en de schoolsituatie blijft ook bij deze kinderen een punt van aandacht. • Kinderen met een vermoede spraak- en taalachterstand krijgen een logopedisch onderzoek. Wanneer er na dit onderzoek nog vragen zijn betreffende de algehele ontwikkeling, dan volgt een psychologisch onderzoek. Ook een schoolbezoek of huisbezoek door de maatschappelijk werkende kan onderdeel uitmaken van de diagnostiek. • Kinderen met een langdurig verminderd gehoor (perceptief en/of conductief) krijgen in ieder geval een psychologisch en een logopedisch onderzoek. Op grond van alle audiologische gegevens wordt bekeken of hoortoestelaanpassing nodig is en welke onderwijsvorm geschikt is. Tevens volgt begeleiding van het kind, het gezin en de school vanuit het maatschappelijk werk.
|